Van Wiegenlied naar Zwanenzang

‘Vooruitgang is niet doelgericht _ hij gaat gewoon niet altijd opwaarts; het is veel waarschijnlijker dat onze eigen technologische vooruitgang ons als een tovenaarsleerling onherroepelijk inhaalt en ons in de berm van de geschiedenis laat liggen.’

Uit: Wat op het spel staat Philip Blom

Wat ga je doen met je dagboeken voordat je doodgaat? De laatste vier jaar hield ik elk jaar een dagboek bij, met de bedoeling om een overzicht te krijgen van wat ik allemaal doe sinds ik niet meer hoef te werken. Een soort naslagwerk maar dan zonder index, dus om iets terug te vinden, lastig. Daarom heb ik nu ook een online dagboek, dat zoals ze zeggen, voor de eeuwigheid bewaard blijft. Alleen weet ik nog niet wie dat dan blijft bewerken? Mijn familie telt geen fanatieke schrijvers. Wie pakt dan het pennetje op?

https://www.youtube.com/watch?v=UTAqx6V7BVk&list=RDUTAqx6V7BVk&start_radio=1


De eerste foto op vierjarige leeftijd, gemaakt ter ere van moederdag bij de fotograaf. Er is een familiefoto waar mijn zusje en ik op hadden kunnen staan maar we zaten onder de tafel. We durfden niet of we wilden niet.

Of eigenlijk is er nog een foto, toen ik net kon staan. Die zit ergens in een doos, in een album vermoed ik.

Die familiefoto is er wel maar ik weet niet of ik die zal plaatsen. Bijna iedereen die erop staat, ouders, ooms en tantes, opoe en opa zijn dood.

Over mij

Ik kwam in 1957 in de winter in Nunspeet (gemeente Ermelo) ter wereld als eerste kind van piepjonge ouders, vijf maanden daarvoor waren ze getrouwd. Voor zover ik weet was dat niet echt een feest. De eerste zes jaar woonden we in bij een oude gepensioneerde huisarts, dr Verschoor, voor wie mijn moeder al werkte. Mogelijk al vanaf haar twaalfde jaar maar dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ze omarmd werd door de familie en niet ongehuwd zwanger op straat werd gezet. Ik kreeg van hen een spaarbankboekje met vijftig gulden.

https://beeldbankstichtingoudsassenheim.nl/cgi-bin/sbw.pl?ident=11843&search=NEWY%209492%209603%209736&sort=int&veld=all&inword=1&ocr=1&display=gallery&istart=31

Op de website hierboven staat een jonge foto van de dokter maar ik heb nog een foto die gemaakt werd op zijn oude dag. Die liet ik een paar jaar geleden aan mijn moeder zien, samen met andere foto’ s. Hij was de enige persoon die ze onmiddellijk kon benoemen.

Ik groeide op in een welgestelde buurt. Mijn buurmeisje kreeg een roze plastic poppenwagen en ik moest het doen met een rotan wagentje waarvan de kap niet omhoog gezet kon worden. Er was een grote tuin achter het huis. Daar dwaalde ik graag rond. Er was een hek en daarachter zag ik kinderen in een zandbak. Ze woonden daar in een kindertehuis en mijn verlangen groeide om daarbij te horen. Mijn ouders waren dat gezeur op een gegeven moment zat, ze zetten mij en mijn inmiddels geboren zusje op de fiets en zeiden dat ze ons naar het kindertehuis gingen brengen. Misschien de eerste leugen die ik hoorde in mijn korte leven want aan het eind van de fietstocht waren we gewoon weer thuis.

https://sites.google.com/site/virtueleoudheidkamernunspeet/geschiedenis/bleekneusjes

Als je goed kijkt (met een beetje fantasie) zie je linksonder de zandbak. Ik ben blij omdat er niemand bij stond als ik door het hek gluurde en nu weet ik dat ik het niet verzonnen heb. Alleen die kinderen, de stadse bleekneusjes die daar speelden en ik waren erbij. Weten zij het ook nog, herinneren zij zich dat kind dat verlangend naar hen keek?

Toen de dokter stierf (Geboren: Breda 13-11-1872
Overleden: Nunspeet 09-02-1963
) moesten we verhuizen. Inmiddels was het gezin uitgebreid met nog drie kinderen en ik herinner me dat we verhuisden in een busje. Het was een kleine arbeiderswoning met een rieten dak, niet ver van de villa.

Mijn vader werd na enige tijd opgeroepen om naar het politiebureau te komen. De nieuwe eigenaren waren in de tuin op schedels gestuit die daar begraven waren. Zonder daar verder bij na te denken had mijn vader die van de studeerkamer naar de tuin verplaatst. Wat had hij er anders mee moeten doen? Onze familie was niet van het achteloos weggooien van spullen maar de studieobjecten van hun voormalige huisbaas meenemen om ze naast de vazen op de kast te zetten, dat ging te ver.

Ik herinner mij die doodshoofden niet ook al lag ik vaak voor de boekenkast door de medische tijdschriften te bladeren. Mijn enige herinnering daaraan is een reclame voor weegschalen. Dat de weegschaal na mijn twaalfde voor de rest van mijn leven een rol zou gaan spelen, misschien was het een voorteken. Ik ben nog op zoek naar die afbeelding, zo’n ouderwetse balansweegschaal, met een getekend vrouwtje, met de armen wijd.

Na enige tijd kochten mijn ouders het met een hypotheek voor zevenduizend gulden. Het was 1965. Er was geen douche aanwezig maar die zat ook niet in de villa. Mijn eerste kennismaking met een douche was de eerste en enige logeerpartij bij opa en opoe toen de tweelingen geboren werden, in 1961. Een keer in de week gingen we in de teil, voor de allesbrander. Dat was gebruikelijk in die tijd, bij arbeiders. Ik herinner me niet hoe vaak het water ververst werd. Ik zat natuurlijk inmiddels op de lagere school, na een jaar kleuterschool. Na twee jaar ging ik naar een nieuwe school, die aanvankelijk tijdelijk werd opgetrokken omdat er achter ons huis een nieuwbouwwijk ontstond die razendsnel groeide. Daar waren geen tafeltjes meer met een inktpot. We schreven met een balpen. Mijn laatste jaar op de basisschool zat ik op een nieuwe school. De tijdelijke school was allang uit haar voegen gebarsten en het vijfde jaar zaten we in een lokaal in een buurthuis. Ik zeg altijd dat ik uit dat paradijs geworpen ben toen ik naar de middelbare school ging. Daar kantelde mijn wereldbeeld. Hierover later meer. 

https://www.nunspeet.nl/fileadmin/Nunspeet_documenten/Producten/Over_Nunspeet/monumenten/F.A._Molijnlaan_113_Nunspeet.pdf

Voor zover ik weet werd ik geboren in de kamer rechts beneden, onder de twee balkons. Helaas hangt er geen geboortetegel maar er werd wel verteld dat een van de kamers op de zolder heel lang nadien nog ‘Metjes kamer’ heette, voor ze trouwde was dat haar domein. Zelf vertelde ze daar nooit iets over.

Van het tweede adres vind ik niet direct een foto uit 1963 want het was geen monument. Gebouwd in 1920, een tweekapper heet dat nu, wat een lelijk woord is. Op onderstaande foto staat ons huis niet maar het zag er zo uit, met een rieten dak en het lag aan de rand van het dorp maar dat veranderde snel.

In de voortuin. ik was twaalf. dat zie ik aan de gestippelde jurk die werd gekocht voor een bruiloft. Op de foto : ikzelf, twee broertjes en een zusje op de arm van mijn moeder

Kabouters in het bos

Aan het einde van de straat begon het bos. Daar bij de bruggetjes brachten we veel tijd door. Er werd verteld dat er kabouters woonden maar we kregen ze nooit te zien.

https://sites.google.com/site/virtueleoudheidkamernunspeet/belvederebos/kabouters

Aan de rand van het bos woonde het kaboutervrouwtje en ze kreeg zelfs enige landelijke bekendheid: https://www.youtube.com/watch?v=h8hjnPUf770