Uiteindelijk is er maar een realiteit: terwijl we midden in de wereld leven, bedenken we die wereld.

Simone de Beauvoir
Literatuur en filosofie

Wat ga je doen met je dagboeken voordat je doodgaat? De laatste vier jaar hield ik elk jaar een dagboek bij, met de bedoeling om een overzicht te krijgen van wat ik allemaal doe sinds ik niet meer hoef te werken. Een soort naslagwerk maar dan zonder index, dus om iets terug te vinden, lastig. Daarom heb ik nu ook een online dagboek, dat zoals ze zeggen, voor de eeuwigheid bewaard blijft. Alleen weet ik nog niet wie dat dan blijft bewerken? Mijn familie telt geen fanatieke schrijvers. Wie pakt dan het pennetje op?


Over mij

Ik kwam in 1957 in de winter in Nunspeet (gemeente Ermelo) ter wereld als eerste kind van piepjonge ouders, vijf maanden daarvoor waren ze getrouwd. Voor zover ik weet was dat niet echt een feest. De eerste zes jaar woonden we in bij een oude gepensioneerde huisarts voor wie mijn moeder al werkte. Mogelijk al vanaf haar twaalfde jaar maar dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ze omarmd werd door de familie en niet ongehuwd zwanger op straat werd gezet. Ik kreeg een spaarbankboekje met vijftig gulden.

Ik groeide op in een welgestelde buurt. Mijn buurmeisje kreeg een roze plastic poppenwagen en ik moest het doen met een rotan wagentje waarvan de kap niet omhoog gezet kon worden. Er was een grote tuin achter het huis. Daar dwaalde ik graag rond. Er was een hek en daarachter zag ik kinderen in een zandbak. Ze woonden daar in een kindertehuis en mijn verlangen groeide om daarbij te horen. Mijn ouders waren dat gezeur op een gegeven moment zat, ze zetten mij en mijn inmiddels geboren zusje op de fiets en zeiden dat ze ons naar het kindertehuis gingen brengen. Misschien de eerste leugen die ik hoorde in mijn korte leven want aan het eind van de fietstocht waren we gewoon weer thuis.

Toen de dokter stierf moesten we verhuizen. Inmiddels was het gezin uitgebreid met nog drie kinderen en ik herinner me dat we verhuisden in een busje. Het was een kleine arbeiderswoning met een rieten dak, niet ver van de villa. Na enige tijd kochten mijn ouders het met een hypotheek voor zevenduizend gulden. Het was 1965.

Er was geen douche aanwezig maar die zat ook niet in de villa. Mijn eerste kennismaking met een douche was de eerste en enige logeerpartij bij opa en opoe toen de tweelingen geboren werden, in 1961. Een keer in de week gingen we in de teil, voor de allesbrander. Dat was gebruikelijk in die tijd, bij arbeiders. Ik herinner me niet hoe vaak het water ververst werd.

Ik zat natuurlijk inmiddels op de lagere school, na een jaar kleuterschool. Na twee jaar ging ik naar een nieuwe school, die aanvankelijk tijdelijk werd opgetrokken omdat er achter ons huis een nieuwbouwwijk ontstond die razendsnel groeide. Daar waren geen tafeltjes meer met een inktpot. We schreven met een balpen.

Mijn laatste jaar op de basisschool zat ik op een nieuwe school. De tijdelijke school was allang uit haar voegen gebarsten en het vijfde jaar zaten we in een lokaal in een buurthuis.

Ik zeg altijd dat ik uit dat paradijs geworpen ben toen ik naar de middelbare school ging. Daar kantelde mijn wereldbeeld. Hierover later meer.